Urodynamisch onderzoek bij kinderen wat houdt dat in

Portret van Lieke de Vries, expert in kinderlijk bedplassen
Lieke de Vries
Expert in kinderlijk bedplassen
Oorzaken en medische achtergrond · 2026-02-15 · 10 min leestijd

Stel je voor: je kind heeft last van een onwillige blaas. Misschien plast het te vaak, te weinig, of gebeurt het gewoon niet wanneer het moet. Het voelt voor jou als ouder soms als een zoektocht in het duister.

Een urodynamisch onderzoek (UDO) is dan het gereedschap waarmee artsen precies in kaart brengen wat er in het lichaam gebeurt.

Het klinkt misschien technisch en een beetje spannend, maar het is eigenlijk gewoon een slimme manier om te zien hoe de blaas en de urineleiders werken. In dit artikel leggen we uit wat er echt gebeurt, zonder ingewikkelde woorden.

Wat is een urodynamisch onderzoek?

Een urodynamisch onderzoek is een test die de functie van de blaas en de urineleiders (urethra) meet.

Je kunt het zien als een druktest voor de blaas. Het apparaat meet de druk in de blaas en in de buik, en hoe de bekkenbodemspieren reageren. Het doel is simpel: achterhalen waarom het kind problemen heeft met plassen. Veel kinderen hebben hier baat bij, vooral als ze last hebben van: Meten is weten, en dit onderzoek geeft antwoorden die een standaard urineonderzoek niet kan geven.

  • Bedplassen (enuresis) dat niet overgaat met training.
  • Een overactieve blaas (de blaas trekt zich samen voordat hij vol is).
  • Moeite met plassen of een zwakke straal.
  • Urine-incontinentie (ongewild urineverlies overdag).

Wanneer is dit onderzoek nodig?

Artsen grijpen niet zomaar naar deze test. Eerst proberen ze vaak simpelere dingen, zoals plasdagboeken of een echo.

  • Verdenking op een neurogene blaas (een blaas die niet goed samenwerkt met de zenuwen).
  • Afwijkende plaspatronen na een operatie aan de urinewegen.
  • Chronische urineweginfecties zonder duidelijke oorzaak.
  • Een blaas die niet goed leegloopt (retentie).

Maar als die niet genoeg zeggen, is een UDO de volgende stap. Het is vooral waardevol bij kinderen met: Het onderzoek helpt artsen om de juiste behandeling te kiezen, of dat nu medicijnen, plastraining of soms een operatie is.

De voorbereiding: wat moet je weten?

Een goede voorbereiding zorgt voor minder stress. Zowel voor het kind als voor jou.

De afspraak en het gesprek

Hier zijn de belangrijkste stappen: Voor het onderzoek is er meestal een gesprek met de kinderuroloog of een verpleegkundige.

Drinken en eten

Zij leggen uit wat er gaat gebeuren. Dit is het moment om al je vragen te stellen. Vraag gerust waarom het nodig is en wat je kind kan verwachten. Transparantie helpt enorm.

Meestal wordt er gevraagd om een uur of twee voor het onderzoek niet meer te drinken. Dit klinkt misschien gek, maar de blaas moet namelijk leeg zijn voordat de test begint. Tijdens de test vullen we de blaas namelijk zelf met water. Als de blaas al vol is, werkt de meting niet goed.

Comfort en kleding

Laat je kind makkelijke kleding aan trekken. Denk aan een joggingbroek of een rokje zonder ritsen.

Het kind moet snel en eenvoudig op de onderzoekstafel kunnen liggen. Een knuffel of favoriet speeltje meenemen is een goed idee; dat geeft extra comfort.

De procedure: stap voor stap

Het onderzoek vindt meestal plaats in het ziekenhuis, vaak op de afdeling urologie of kindergeneeskunde. Het duurt ongeveer 30 tot 45 minuten.

Stap 1: Elektroden plakken

Hier is wat er gebeurt, zonder poespas. Er worden drie kleine elektroden op de huid geplakt: twee op de heupen en één op de rug.

Stap 2: De katheters

Dit zijn plakkers die de activiteit van de bekkenbodemspieren meten. Het doet geen pijn, het voelt alleen een beetje plakkerig aan. Dit is vaak het spannendste deel voor kinderen.

  • Een dun slangetje via de plasbuis (urethra) tot in de blaas. Dit meet de druk in de blaas.
  • Een tweede slangetje via de anus (rectum) of vagina. Dit meet de druk in de buik.

Er worden twee dunne slangetjes (katheters) ingebracht: Het inbrengen kan even een ongemakkelijk gevoel geven, maar het doet geen pijn. De verpleegkundige is er om het kind gerust te stellen en rustig uit te leggen wat er gebeurt. De blaas wordt nu langzaam gevuld met warm, steriel water (37 graden). Dit gebeurt via de katheter.

Stap 3: Blaas vullen en meten

Het water stroomt langzaam, zodat het kind kan voelen hoe de blaas volloopt, wat vaak een belangrijk onderdeel is van fysiotherapie voor de bekkenbodem bij bedplassen.

Stap 4: Het plassen (mictie)

Tegelijkertijd meet de computer de druk in de blaas en de buik. Het kind kan aangeven wanneer het voor het eerst aandrang voelt en wanneer het echt moet plassen, waarbij we soms kijken naar het verschil tussen blaasontsteking en bedplassen.

Als de blaas vol is, mag het kind plassen. Dit gebeurt in een speciaal opvangbekken of toilet dat is aangesloten op de meetapparatuur. De computer registreert hoe de straal is en hoe de spieren zich ontspannen. Dit is de belangrijkste meting van de biofeedback therapie voor bedplassen.

Video-urodynamiek: zien is begrijpen

Soms wordt er een röntgenfoto gemaakt tijdens het onderzoek. Dit heet een video-urodynamisch onderzoek (VUDO).

Terwijl de blaas gevuld wordt en het kind plast, zien de artsen op een scherm de vorm van de blaas en de urineleiders. Let op: er wordt altijd gewerkt met minimale straling.

De beelden helpen om afwijkingen te zien, zoals een vernauwing of een plek waar urine terugstroomt van de blaas naar de nieren (reflux). Dit is vooral handig bij complexe blaasproblemen.

Wat levert het onderzoek op?

De resultaten van een UDO zijn goud waard voor de behandeling. Het onderzoek kan verschillende problemen vaststellen:

  • Overactieve blaas: De blaas trekt zich samen terwijl hij nog niet vol is.
  • Verlamming van de blaas: De blaas ontspant niet goed, waardoor urine blijft hangen.
  • Verslapping van de bekkenbodem: De spieren ondersteunen de plasbuis niet goed.
  • Urineverlies: De druk in de blaas is te hoog ten opzichte van de sluitspier.

Deze informatie helpt artsen om een persoonlijk behandelplan te maken. Soms is medicijnen genoeg, soms is plastraining de oplossing.

Risico’s en complicaties

Veel ouders maken zich zorgen over pijn of bijwerkingen. Gelukkig is een UDO over het algemeen veilig. De meeste kinderen voelen alleen wat ongemak tijdens het inbrengen van de katheters. Enkele mogelijke, maar zeldzame, bijwerkingen zijn: De verpleegkundige geeft altijd duidelijke instructies om infecties te voorkomen, zoals veel drinken na de test.

  • Een licht branderig gevoel bij het plassen na de test.
  • Een kleine kans op een urineweginfectie (door het inbrengen van de katheter).
  • Een beetje bloedverlies in de urine (meestal heel minimaal).

Na het onderzoek

Na afloop wordt de katheter verwijderd. Dit gaat snel en pijnloos.

Het kind mag daarna direct naar het toilet. Het is belangrijk om de eerste uren veel water te drinken, zodat de blaas goed wordt doorgespoeld.

De uitslag volgt meestal na een paar dagen tot een week. De arts bespreekt de bevindingen met je en legt uit wat dit betekent voor de behandeling van je kind. Soms is er maar één onderzoek nodig, maar soms is een vervolgtraject nodig.

Waar vind je deze zorg?

Een urodynamisch onderzoek is een specialistische aangelegenheid. In Nederland wordt dit vaak uitgevoerd in grote ziekenhuizen of academische centra, zoals het Amsterdam UMC (locatie VUmc of AMC).

Deze centra hebben gespecialiseerde kinderurologen en speciale kinder-urodynamiekruimtes. Als ouder hoef je dit niet alleen te regelen. De kinderarts verwijst je door naar een centrum waar deze expertise aanwezig is. Zij zorgen voor een rustige omgeving waar je kind zich op zijn of haar gemak voelt.

Veelgestelde vragen

Wat is precies een urodynamisch onderzoek en waarom wordt het bij kinderen gedaan?

Een urodynamisch onderzoek is een test die de werking van de blaas en de urineleiders meet door druk te meten en de reactie van de bekkenbodemspieren te observeren. Het wordt vaak gebruikt bij kinderen die problemen hebben met plassen, zoals frequente of ongewilde urineproductie, om de oorzaak van deze problemen te achterhalen en de juiste behandeling te bepalen. Een urodynamisch onderzoek kan helpen bij het diagnosticeren van verschillende problemen met de blaas en de urineleiders, zoals bedplassen dat niet reageert op training, een overactieve blaas, moeite met plassen, of urine-incontinentie.

Welke problemen kan een urodynamisch onderzoek helpen vast te stellen bij een kind?

Het kan ook waardevol zijn bij kinderen met een neurogene blaas of na operaties aan de urinewegen.

Hoe bereidt men een kind voor op een urodynamisch onderzoek?

Voor een urodynamisch onderzoek wordt het kind meestal een uur of twee voor de test gevraagd niet meer te drinken, zodat de blaas leeg is. Tijdens het onderzoek wordt de blaas zelf met water gevuld, zodat de arts de druk en reacties kan meten.

Wat gebeurt er precies tijdens een urodynamisch onderzoek?

Het gesprek met de arts of verpleegkundige is belangrijk om vragen te stellen en verwachtingen te bespreken. Tijdens een urodynamisch onderzoek wordt de druk in de blaas en de buik gemeten, en de reactie van de bekkenbodemspieren geobserveerd. Het kind ligt meestal op een onderzoekstafel, en de arts injecteert water in de blaas om de druk te meten en de functie van de blaas en de urineleiders te beoordelen.

Wat is het verschil tussen een urodynamisch onderzoek en een standaard urineonderzoek?

Een standaard urineonderzoek geeft informatie over bacteriën en andere stoffen in de urine, maar kan niet altijd de druk in de blaas of de reactie van de bekkenbodemspieren meten.

Een urodynamisch onderzoek daarentegen geeft een gedetailleerder beeld van de functie van de blaas en de urineleiders, waardoor artsen een gerichtere behandeling kunnen kiezen.

Portret van Lieke de Vries, expert in kinderlijk bedplassen
Over Lieke de Vries

Lieke helpt gezinnen al jaren met oplossingen voor bedplassen bij kinderen.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Oorzaken en medische achtergrond
Ga naar overzicht →